Uit de pen van Janet Uit de pen van Janet

Meditatie: Luther en het Magnificat.

Zoals u waarschijnlijk wel weet herdenken we dit jaar dat 500 jaar geleden 95 stellingen door Maarten Luther zijn opgesteld, die de Reformatie in gang hebben gezet. Zijn
stellingen waren bedoeld als discussiepunten tussen de geleerden onderling, maar dankzij de boekdrukkunst ontstond er een ware mediahype en was zijn gedachtegoed binnen enkele jaren wijd verspreid.
Een boekje waar Luther drie jaar later, in 1520-1521, aan werkte was een uitleg van het Magnificat, bij ons beter bekend als het loflied van Maria. Maarten Luther, die in 1505 monnik werd, was gewend elke dag het Magnificat te zingen. Het lied vormde al vóór de vijfde eeuw in de Roomse kerk het hoogtepunt van de dagelijkse vespers.
Onder alle liederen uit de Bijbel blonk het sindsdien uit als het lied dat de kerk meer dan alle andere erkende als uitdrukking van haar geestelijk basisgevoel.
Wij kennen het lied als deel van het evangelie naar Lukas: hoofdstuk 1: 46 – 55, en als lied uit het Liedboek: lied 157a: ‘Mijn ziel maakt groot de Heer’.
Ons Liedboek laat inmiddels ook iets zien van het grote belang dat aan dit lied door de eeuwen heen is gegeven: behalve 157a zijn ook de versies b, c, d en e in het Liedboek opgenomen.
Ook Luther stond sinds zijn vroegste jeugd onder invloed van het Magnificat zoals veel citaten in zijn colleges en preken tonen. Het lied is door de eeuwen heen vele malen uitgelegd en in 1520 voegde Luther daar zijn eigen uitleg aan toe. Maar toen Luther in november 1520 zijn uitleg op papier begon te zetten voegde hij zich daarin niet naar zijn voorgangers. Want het was het jaar waarin de afscheiding van de roomse kerk steeds duidelijker onvermijdelijk bleek. De pauselijke bul die hem met
excommunicatie bedreigde was gedagtekend 15 juni 1520. Terwijl hij aan de Magnificat-uitleg werkte bereikte zijn discussie met de paus en de keizer haar hoogtepunt.
Nadat de paus opdracht had gegeven boeken van Luther te verbranden deed Luther hetzelfde met de bul van de paus met het dreigement van de kerkelijke ban. Op 3 januari 1521 excommuniceerde paus Leo X Maarten Luther. Uiteindelijk deed de keurvorst Frederik de Wijze op 8 mei Luther ook in de rijksban, die waarschijnlijk Luther een hoge boete opleverde en een arrestatie. Ondanks alles lukte het Luther zijn Magnificat te schrijven en gedrukt te krijgen dankzij de inmiddels vele aanhangers van zijn uitleg van het evangelie.
Het bijzondere van Luthers Magnificat-uitleg was dat het niet alleen voor geleerde monniken en clerici was geschreven maar ook voor de ‘grote heren’, met name hertog Johan Frederik van Saksen, en tegelijk voor heel het volk. Dus voor de machtigsten en voor de geringsten.

‘Het Magnificat’ zoals Luther het heeft vertaald:
Mijn ziel verheft God de heer
en mijn geest vindt vreugde
in God mijn heiland.
Want hij heeft gekeken naar mij,
zijn geringe maagd;
daarom zullen kindskinderen
mij zalig prijzen tot in eeuwigheid.
Want hij die alles tot stand brengt,
heeft grote werken aan mij gedaan
en heilig is zijn naam.
En zijn barmhartigheid reikt
van het ene geslacht tot het andere
bij allen die hem vrezen.
Krachtig werkt hij met zijn arm
en vernietigt allen die trotsgezind zijn in hun hart.
Hij ontzet de heersers uit hun heerschappij
en verheft die nederig zijn en niets betekenen.
Hij verzadigt de hongerigen met allerlei gaven
en laat de rijken achter met niets.
Hij neemt zijn volk Israël dat hem dient op,
indachtig zijn barmhartigheid,
zoals hij immers heeft beloofd aan onze vaderen,
aan Abraham en aan zijn kinderen tot in eeuwigheid.


Veel van de door de eeuwen heen gegroeide uitlegtraditie zien we terug in de uitleg van Luther. Evenals zijn voorgangers vond hij het lied een onvergelijkelijk mooie samenvatting van het evangelie. En net als de vroegere uitleggers ging Luther uit van de maagd Maria en moeder van God die tussen God en mensen als tussenpersoon fungeerde. Toch was Luthers uitleg in veel opzichten ongehoord nieuw. Hij hoorde in het lied een bevestiging van de weg die hij zelf ging. Hij, de kleine man, zag zich bevestigd in zijn strijd tegen de machtigen die van hun tronen werden gestoten. En het lukte hem het lied van betekenis te laten zijn op veel fronten.
Het ging hem om de bemoediging van de bange christen die onzeker was over de vraag of hij wel bij God hoorde. Maar het ging hem ook om waar het in de preek over hoort te gaan, om de rechtsorde van kerk en staat, om het politieke leven en de verantwoordelijkheid van de heersers, om heel Gods handelen in de geschiedenis van schepping en verlossing.
Voor Luther kun je de volgende tegenstelling niet groot genoeg maken: het geloof bereiken door eigen toedoen aan de ene kant en het geloof ontvangen zonder dat je daar zelf iets aan kunt doen aan de andere kant. Hard werken, veel vasten, boete doen, aflaten kopen, je bereikt er allemaal niets mee volgens Luther. Alleen volledig vertrouwen op God is voldoende om bij God te horen. De valkuil is dat je van dat vertrouwen toch ook weer iets maakt dat je zelf moet bereiken. Zo is het bij Luther
nooit. ‘Helemaal vertrouwen op God’ zit bij Luther op dezelfde lijn als ‘je niet meer bezig houden met je eigen zielenheil’. Als je gelooft dan zit dat toch wel goed. Want dan kun je tenminste tijd besteden aan het dienen van je naaste. Goede werken zijn heel belangrijk maar niet om in de hemel te komen. Ze zijn belangrijk voor de ander, je naaste, je medemens die je hulp nodig heeft.
Als je gelooft dat je niets bent, dan zal God je verheffen. Als je gelooft dat je ook maar iets bent vanuit je zelf dan zal God je vernederen. Het is de wereld omgekeerd: geen recht van de sterkste, maar macht van de kleine. Zoals het in de natuur nooit zal gaan, zo gaat het bij God. Zo kunnen we hoop houden dat er vrede komt.

Hedendaagse vertaling van het Magnificat door Sytze de Vries:
Met hart en ziel maak ik Hem groot en vrolijk zing ik om God mijn bevrijder.
Voor mij had Hij oog, zijn dienares; hij heeft mij gezien in zijn vernedering.
Nu wordt ik voor altijd gelukkig geprezen door alle geslachten om wat Hij mij deed
Grootse dingen en machtige daden waarvan ik wil zingen. Heilig zijn Naam!
Want Hij blijft zijn barmhartigheid trouw, geslacht na geslacht, waar Hij wordt gekend.
Met krachtige hand brak Hij de trotsen, smeet Hij hun hoogmoed aan stukken.
Hij haalde de machtigen neer van hun tronen, maar armen en kleinen hief Hij omhoog
Wie hongerden zijn ruimhartig verzadigd, wie alles bezaten staan met lege handen
Israël koesterde Hij als zijn kind, Hij bleef gedachtig aan zijn ontferming.
Zo heeft Hij gesproken tot wie voor ons leefden, al sinds Abraham, - zo spreekt Hij voorgoed.

 

Janet de Vries

terug