Uit de pen van Janet Uit de pen van Janet

Meditatie: 
Rowan Williams en de eucharistie.
Tussen ons gebruik van 6 maal per jaar avondmaal aan de ene kant en eucharistie op elke zondag in de Anglicaanse kerk (met name in de High Church van de Anglicaanse kerk) aan de andere kant zit een groot verschil. Niet alleen in aantal maar door elke week de eucharistie te vieren krijgt het ook een andere plaats in het geloofsleven van mensen.
Woord en Sacrament zijn, zowel bij hen als bij ons, beide zijden van dezelfde medaille, maar beide komen bij deze Anglicanen ongeveer evenveel aan bod. Door de viering elke week gaat het speciale er misschien vanaf maar wordt het wel een meer vanzelfsprekend onderdeel van de geloofsbeleving.

De theologie van Rowan Williams, de Anglicaan wiens boek Geloof in de publieke ruimte tijdens mijn studieweek begin van deze zomer centraal stond, is te beschrijven vanuit zijn begrip van de eucharistie. Mensen die zich naar het christelijk geloof keren worden volgens Williams deel van een omvattend verhaal: het verhaal van Jezus Christus, van zijn lijden en opstanding uit de dood. Zo is het verhaal van de christelijke geloofsgemeenschap voor hem vooral het verhaal van het eucharistisch bestaan. De christen omschrijft hij als een homo* eucharistus, een type mens die wordt gedefinieerd door zijn eucharistische praktijk. In de viering van de eucharistie ‘neemt zulk een mens in taal en handelen deel aan een drama dat hem of haar naar de ruimte voert die wordt bewoond door Jezus Christus in zijn eeuwige relatie met de Vader’.
In deze Fakkel noem ik 4 van de 7 elementen die Rowan Williams onderscheid in het eucharistisch bestaan.
Er is vóór alles (1) het breken, er is het gedenken van het gebroken lichaam en het vergoten bloed, van de offerdood. Het gebrokene verwijst zo naar het kwetsbare: kwetsbare liefde die present wordt gesteld in het gebroken brood en die een mens tegelijk bepaalt bij zijn of haar eigen kwetsbaarheid én deze stelt naast al die andere gekwetste en gekrenkte levens om hem heen.
Dan is er (2) het delen: de gemeenschap van christenen, de onderlinge liefde wordt opnieuw zichtbaar gemaakt. Een teken van vrede wordt erdoor gegeven, door de eucharistie nemen we deel aan een weg van genezing van wat gebroken is.
Vervolgens is er, voor Williams heel essentieel, (3) de gave: het horen van het woord van vergeving. Dat woord van vergeving brengt pas aan het licht dat er iets te vergeven valt. Je ontvangt erdoor het besef van dat verzoening nodig is met de Gever, met jezelf en met je naaste.
Verder noem ik (4) het gebeuren van onderbreking, de storing die een eucharistisch mens van de kant van die Gever, van die Ander ondergaat. Zoals wanneer we door een uitspraak van Jezus op het verkeerde been worden gezet. Als het goed is gebeurt dit ook door de uitleg van de Schriften, maar de Anglicaan Williams ervaart dit ook als onderdeel van de eucharistie. Het gaat er in ieder geval om dat wij ons steeds maar weer open stellen voor het mysterie van Gods liefde, die altijd weer andere wegen kan gaan met ons dan wij verwachten.
Zelf ervoer ik dit weer door de uitspraak van Jezus in Marcus 9: 29, die onlangs op zondag aan bod kwam, dat de onreine geesten, d.w.z. de machten die tegen God zijn en daarmee tegen de liefde voor wie kwetsbaar is, dat die machten dus alleen verdreven kunnen worden door gebed. Zo’n simpele uitspraak, hoe kan ik die in mijn leven leven? Het haalt me uit mijn comfortzone, want hoe ga ik hiermee om? Wat doe ik hiermee?
Williams heeft het ook wel over onderbreking als je als gelovige in gesprek bent met de vragen van onze eigen tijd: ga maar eens serieus in gesprek met iemand die niet gelooft en probeer daarvan te leren. Ook van mensen die niet geloven kunnen we leren omdat ze ons een spiegel kunnen voorhouden van hoe de kerk overkomt op iemand die niet gelooft. Zo’n spiegel kan ons helpen kritisch naar onszelf te kijken.
Breken, delen, de gave en de onderbreking. Vier van de zeven die Williams noemt als elementen van ons eucharistisch bestaan, oftewel van ons bestaan als gelovigen.
Volgende keer de laatste drie.
*Hier komt het woord homo uit het Grieks en het betekent mens. In het Latijn betekent homo: gelijk aan, zoals in homoseksueel en homogeen.


Janet de Vries

terug